Vertrouwd adres sinds 1958 Lees Meer
VEILIG EN SNEL ONLINE BESTELLEN VOOR 15:00 UUR BESTELD = ZELFDE DAG VERZONDEN! GRATIS VERZENDING VANAF € 99,00

100 jaar Simplon-Oriënt-Express 1919-2019


De Franse Oostbaan (EST) had begin jaren 20 van de vorige eeuw dringend een krachtige locomotief nodig om de zware sneltreinen op het traject Parijs – Belfort – Bazel te trekken. Met een top- snelheid van 120 km/h moest de nieuwe loc op vlakke baandelen een 700 ton zware trein met een constante snelheid van 115 km/h kunnen trekken, waarvoor een continu vermogen van ten minste 2.720 pk nodig was. Nog ambitieuzer was de uitdaging om bij een stijging van 5 ‰ maar liefst 800 ton aanhanggewicht met een snelheid van 80 km/h te trekken. Hiervoor was ongeveer 3.540 pk nodig – een voor stoomlocs exorbitant vermogen! 

Een op 17 januari 1926 door Fives-Lille geleverd prototype met nummer 41.001 verscheen op het Europese toneel met „Mountain”-wielstelcode 2’D1’. Naar Frans gebruik was deze uitgevoerd als 4-cilinder compoundlocomotief volgens De Glehn/De Bousquet, met afzonderlijk instelbare Heusinger-aansturingen voor de hoge- en lagedrukaandrijving. Na uitvoerige tests volgden tussen 1930 en 1934 nog 89 locs, die in enkele details van het prototype afweken. 40 exemplaren met de nummers 241 002-041 gingen naar de EST en 49 locs naar de ÉTAT. Het prototype werd omgedoopt in 241 001. De 241 A was uitgerust met een voor Europa nieuwe ketel naar Amerikaans voorbeeld, met een grote verbrandingskamer en thermosifons type Nicholson. Gevoed werd de ketel via een uitlaatstoominjecteur en twee hogedrukinjecteurs. De binnen- cilinders (lagedrukcilinders) werkten op het gebogen eerste koppelingswielstel, de buitencilinders (hogedrukcilinders) op het tweede. Via een schuifklep kon bij het wegrijden, of wanneer veel vermogen werd gevraagd, ook hogedrukstoom aan de lagedrukcilinders worden toegevoerd. 

Terwijl de EST met zijn „Mountains” voor zware sneltreinen het traject Paris – Belfort – Mulhouse – Basel verzorgde en bergliefhebbers en zonaanbidders naar hun vakantie in Zwitserland of Italië bracht, zorgde de ÉTAT voor de aansluiting op de uit Amerika of Groot-Brittannië in Cherbourg of Le Havre arriverende schepen. De ÉTAT was niet blij met zijn „Mountains”, omdat het hoge gewicht en de grote, vaste wielstelstand ervan snelle slijtage van de rails veroorzaakten. Daarom verkocht het bedrijf alle 49 locs aan de EST. Na de oprichting in 1938 nam de SNCF alle 90 locs over, die vervolgens na verschillende tijdelijke hercoderingen de nummers 241 A 1-41 (EST-locs in de oorspronkelijke volgorde) en 241 A 42-90 (vroegere ÉTAT-machines in gewijzigde volgorde) kregen. Tot ze uit dienst werden genomen, gebruikte de SNCF de locs in de jaren 1960 tot 1965 voornamelijk tussen Parijs en Straatsburg en tussen Parijs en Bazel. Twee machines zijn bewaard gebleven: de 241 A 1 in het spoorwegmuseum Mulhouse en de 241 A 65 bedrijfsklaar in Zwitserland.

Van laag naar hoog sorteren
Van laag naar hoog sorteren